Materieel
NS Sik (aanbouw)

| Naam: | NS Sik (aanbouw) | ||
| Schaal: | Spoor: | 7 1/4 inch | |
| Bouwjaar: | 0 | Wielindeling: | |
| Aandrijf categorie: | Elektrische locomotieven | Aandrijving: | |
Deze sik is één van de vijf locomotieven uit de serie 200/300 (sik) die bij de vereniging zijn gebouwd. De sik is op dit moment NS groene kleurstelling uitgerust en heeft nog geen nummer gekregen, daar deze nog in aanbouw is. De sik is daarin tegen wel bedrijfsvaardig en heeft al menig rondje afgelegd op de spoorbaan.
In de locomotief bevindt zich een frequentieregelaar en een motor. De motor is via een wormwiel aan de as gekoppeld. Doormiddel van een ketting tussen beiden assen, heeft de locomotief meer kracht bij het (weg)rijden. Achter de locomotief kan een volgwagen gekoppeld worden met daarin 2 accu’s die zorgen voor 24 volt voor de motor.
De locomotief is geschikt om met kleine treintjes te rijden. Daarnaast is hij gemakkelijk mee te nemen naar andere verenigingen en ook geschikt voor het rijden op de mobiele baan.
In het echt
De Sik is een voornamelijk door Werkspoor gebouwde locomotor (eenvoudige locomotief waarvoor men geen machinist hoefde te zijn) die bij de Nederlandse Spoorwegen veel werd gebruikt voor het rangeren met goederenwagens. Ook op verschillende particuliere bedrijfsterreinen waren deze locomotoren in gebruik.
Er zijn na twee prototypes, twee series geproduceerd: de Oersik, serie 103-152 van 1930-1932 bij Schwartzkopff Berlijn en de sterkere dieselelektrische serie 201-369 van 1934-1940 en 1949-1951. De 201-280 en 307-369 zijn door Werkspoor Amsterdam gebouwd en de 281-306 zijn door Centrale werkplaats Zwolle gebouwd. Van de oersik zijn er 52 exemplaren gebouwd en van de sik 169. De sikken waren aanvankelijk groen geschilderd en werden vanaf de jaren zeventig om geschilderd naar de NS-huisstijl geel-grijs.
De sikken werden voornamelijk aangeschaft om rangeerwerkzaamheden van stoomlocomotieven over te nemen. Dit gezien zij veel efficiënter kunnen werken op de verschillende emplacementen. Het rangeren ging met deze locomotoren met een snel tempo. De locomotor had geen luchtdrukremmen en waren gemakkelijk te bedienen. Ook was het mogelijk om de locomotor vanaf de treeplanken aan de zijkanten te bedienen.
Omdat er geen compressor nodig was, was er ook een oplossing nodig voor de fluit/toeter. Gezien elektrische toeters niet zo luid kunnen zijn, moest er luchtdruk gebruikt worden. De uitlaat bood hierbij de oplossing, gezien hier de luchtdruk het hoogst is. Er werd gekozen om een hulpstuk op de uitlaat te plaatsen. Door aan het koord te trekken, werd het hulpstuk in de uitlaatluchtstroom geplaatst en klonk een trillende fluit.
De remmen zijn vrij makkelijk te bedienen. De locomotor heeft een handrem, een valrem en een voetrem. De val- en voetrem zijn vanaf buiten makkelijk te bedienen. De hand rem doet hetzelfde, alleen met een draaihendel vanuit de cabine.
Rond 2008 zijn vrijwel alle locomotoren buiten gebruik gesteld omdat ze volgens de Arbonormen onveilig zouden zijn. Er zijn nog wel de nodige exemplaren bij museumorganisaties in gebruik.




